Luchtsport en Valkenburg

Met de voorgenomen bebouwing van het voormalige Marine Vliegkamp Valkenburg dreigt de laatste mogelijkheid voor het in verenigingsverband uitoefenen van luchtsporten in de Provincie Zuid-Holland verloren te gaan. Valkenburg was, net als vele andere militaire vliegvelden, al jarenlang de thuisbasis voor een aantal recreatieve vliegclubs. Deze vliegclubs voorzien in een grote behoefte, van jeugd en van volwassenen, in de Randstad. Alternatieve locaties binnen de provincie zijn er niet.

Met de indiening van het Plan Valkenburg 2005+ bepleit de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) en de betrokken verenigingen om circa 40 hectare van het na sluiting van de basis achterblijvende groengebied te blijven reserveren voor de luchtsporten. Dit plan wordt gedragen door de gezamenlijke recreatieve vliegclubs die nu gebruik maken van de basis. Door uitvoering van dit plan ontstaat een uniek gebied waar natuur, recreatie en water- en luchtsporten samenkomen.

Behoud Valkenburg voor de luchtsport
De sportvliegverenigingen op Valkenburg hebben een lange historie en hebben in die tijd een functie hebben opgebouwd die ver uitgaat boven alleen vrijetijdsplezier. Bijvoorbeeld de opleidingsfunctie voor toekomstige vliegers. Verder hebben de sportvliegactiviteiten ook hun betekenis op educatief, economisch en maatschappelijk gebied.

Het is een groot verlies voor de amateur sportluchtvaart als Valkenburg geheel wordt gesloten. Er blijft dan géén recreatief sportvliegveld in Zuid-Holland over. Al eerder sloot Ypenburg ten behoeve van woningbouw en heeft de zweefvliegclub op Langeveld bij Noordwijk te horen gekregen dat door verhoging van de grondwaterstand haar veld onbruikbaar wordt. Door sluiting nu van het gehele marinevliegkamp komt er een einde aan de luchtsportactiviteiten zoals die in de afgelopen 75 jaar zijn opgebouwd.
.
Kortom: de recreatieve luchtvaart in Zuid-Holland wordt met uitsterven bedreigd.

Daarom moet - náást alle overwegingen die al vanuit de omliggende gemeenten gelden - ernaar gestreefd worden een deel van Valkenburg te behouden, voor het recreatief vliegen. Inpassing in bestemmingsplannen is wenselijk en mogelijk.

Statistiek
Uit gegevens van de KNVvL blijkt dat van het totaal aan zweefvliegers in Nederland 45% uit het westen van het land komt. Een groot deel daarvan is jeugd die zowel niet het geld heeft als ook niet het vervoer om ver buiten de randstad hun hobby uit te oefenen. Natuurlijk moet er voor een dergelijk groot deel van de zweefvliegers een mogelijkheid blijven om hun sport te kunnen beoefenen op een voor hen bereikbare plaats. De KNVvL is ten stelligste van mening dat het behoud van de luchtsporten in Zuid-Holland, meer in het bijzonder voor de regio Den Haag, op de agenda geplaatst moet worden bij de discussies over de toekomst van het huidige marinevliegkamp

Plan Valkenburg 2005+
Het terrein van het vliegkamp Valkenburg is in zijn huidige vorm als vliegveld, een zeer waardevolle habitat voor flora en fauna. Mede door het feit dat het gebied een zeer lage 'menselijke activiteit' heeft is er een zeer grote verscheidenheid aan vogels en ook vleermuizen worden in steeds grotere aantallen waargenomen. Het handhaven van de recreatieve luchtvaart in de nieuwe bestemming van het gebied zou eenzelfde bescherming bieden aan flora en fauna.

De aan het vliegveld grenzende zandafgraving zal, zodra de zandwinning stopt, een recreatieve bestemming krijgen voor o.a. watersport. De omliggende gemeenten hebben de wens om het gebied slechts gedeeltelijk te bebouwen en het grotendeels groen te laten. Zo zie je in de dichtbebouwde Randstad een welkome groene zone ontstaan met recreatiedoeleinden voor verschillende groepen mensen ... een gebied waar de recreatieve luchtvaart zeer goed in past.

Recreatief vliegen: 3 activiteiten, 5 clubs
Op het huidige MVKV zijn vier actieve vliegclubs aanwezig, allen aangesloten bij de 13.000 leden tellende KNVvL. Deze vier clubs hebben samen een 600-tal leden, waarvan maar liefst 95% daadwerkelijk uit Zuid Holland afkomstig is ... mensen die via deze clubs van recreatieve luchtsport genieten. De gezamenlijke vliegclubs willen hun activiteiten voortzetten op een deel van het huidige veld. De gewenste ruimte is ca. 40 ha.

Voor het toekomstige veld wordt uitgegaan van een strip die geschikt is om met zweefvliegtuigen een lierstart of een sleepstart te maken en tevens geschikt is voor motorzwevers. De gewenste lengte is 1200 meter en de gewenste breedte 300 meter. Daarnaast is enige ruimte nodig voor de clubgebouwen en parkeren van de vliegtuigen. Deze gewenste afmetingen moeten nader worden ingevuld. Met een lengte van 1000 meter is nog steeds een lierstart mogelijk, maar dan kom je niet erg hoog meer. Voor een sleepstart of het gebruik van de motorzwever ligt het minimum rond de 600 meter. In de breedte is ook enige verschuiving mogelijk. Samenvattend gaat het om een terrein van maximaal 40 ha. De lengte ligt bij voorkeur parallel aan de kust. Voor de indeling zijn vele varianten mogelijk.

Historie van luchtsport op Valkenburg
Al sinds 1932 zijn er luchtsport activiteiten in het plangebied in de vorm van zweefvliegen. Eerst door de Leidse ZweefVlieg Club (LZVC) en de Haagsche Zweefvlieg Club (HZC) die later zijn opgegaan in de Zuid-Hollandse Vlieg Club (ZHVC). In het begin op het terrein Maaldrift en na de tweede wereldoorlog op het Marine Vliegkamp Valkenburg (MVKV). In 2007 viert de ZHVC haar 75-jarig bestaan.

De eerste modelvliegclub die direct na de oorlog van het MVKV gebruik maakte was de Leidsche Luchtvaart Club (LLC) in 1946. In 1973 vestigde zich de - aanvankelijk militaire - Model Vlieg Klub Valkenburg (MVKV). Ook die club werd al spoedig opengesteld voor iedereen.

Als tweede zweefvliegclub vestigde zich de Leidsche Studenten Aeroclub (LSA), een subvereniging van de Leidse Studentenvereniging Minerva, begin jaren '70 op Valkenburg.

Goede buur
De vliegclubs sparen zich al jaren kosten noch moeite, om in vreedzame coëxistentie met hun omgeving te kunnen bestaan. Op Valkenburg worden - zoals op de meeste velden - de door (motor)zwevers te vliegen routes zorgvuldig geëvalueerd. Bij de modelvliegerij hebben tal van technische ontwikkelingen geleid tot zeer geavanceerde en vooral stille modellen die voldoen aan de hoogste geluidsnormen. De motorzwevers hebben recent geïnvesteerd in een nieuwe generatie stille motoren. In alle vliegopleidingen is omgevingsbewust vliegen (noise abatement) een integraal onderdeel van het trainings programma. Het huidige recreatieve gebruik van het vliegveld heeft nimmer aanleiding gegeven tot klachten.

Natuur en recreatief vliegen
Recreatief vliegen zoals dat wordt beoefend op het MVKV en andere velden is een extensieve sport die meest op grasland plaatsvindt; de zogeheten Groene Velden. Dit betekent dat er veel soorten weidevogels vertoeven en in het voorjaar broeden. Op Valkenburg zijn dat bijvoorbeeld de zomertaling, watersnip, rietzanger, kluut, grutto, tureluur en patrijs. Ook roofvogels, vossen en vleermuizen zijn veel geziene gasten.

Om deze vogels en andere diersoorten niet verloren te laten gaan is een open groene vlakte nodig. Het recreatief vliegen is hier een goede garantie voor zoals nu al op het MVKV en andere velden in Nederland bewezen wordt. Een (zweef)vliegterrein kent een zeker beheer, is niet onbeperkt voor iedereen toegankelijk en is daarom juist interessant voor natuurbehoud. En het functioneert bovendien als een ecologische verbindingszone tussen kust en achterland.

Combinatie recreatief vliegen en de agrarische sector
Recreatief vliegen laat zich prima combineren met de agrarische sector, de boer gebruikt het land voor het gras t.b.v. zijn vee en de recreanten voor het starten en landen van hun zweefvliegtuigen. Op Valkenburg bestaat die situatie al. Dat geldt trouwens ook voor andere groene velden. Zo heeft de Sallandse Zweefvliegclub bij Lemelerveld in Overijssel jaren lang hun veld gepacht van een boer. Vervolgens heeft de club het land stukje bij beetje opgekocht en pacht de boer het van de zweefvliegvereniging.

Maatschappelijk belang
Vliegen in al zijn verschijningsvormen is een vrijetijdsbesteding waaraan veel jeugd deelneemt. Met name modelvliegen is laagdrempelig en kent geen leeftijdsbegrenzing.
Voor de jeugd, die al op 14 jarige leeftijd lid kan worden van een zweefvliegclub, is dit een positieve ervaring. Zij maken kennis met een serieuze sport, waarbij verantwoordelijkheidsbesef en teamgeest belangrijke pijlers zijn. Naar mate ze langer lid zijn groeien ze in de hun toegewezen verantwoordelijkheid, neemt hun zelfdiscipline toe samen met hun capaciteit om zelfstandig beslissingen te nemen en daarvoor verantwoording af te leggen.

Beide vormen van luchtsport maken deel uit van het topsportprogramma van de NOC*NSF. Zowel in de topsport als de breedtesport worden deze disciplines door deze organisatie ondersteund. De verplichting voor de overheid tot het bieden van sportontplooiing als genoemd in het Verdrag van Amsterdam zijn dan ook onverkort van toepassing op deze sporten.

Aanwas voor essentiële beroepsgroepen
De kleine recreatieve luchtvaart is altijd de kraamkamer geweest voor de grote professionele luchtvaart. Het gebeurt niet zelden dat jonge mensen door middel van de recreatieve luchtvaart kennismaken met het vliegen in het algemeen en daar later hun beroep van maken. Niet alleen vliegers, maar ook technici en andere aanverwante branches. De professionele organisaties putten dan ook gaarne uit dit reservoir van belangstellende en deels gekwalificeerde kandidaten!

De meerderheid en/of de kern van deze professionele organisaties hebben hun zetel in of aangrenzend aan Zuid-Holland, o.a. door de aanwezigheid van Schiphol. De economische belangen van de sector voor Zuid-Holland en de vele tienduizenden banen die deze sector in stand houdt, behoeft geen betoog.